KPI’s (Key Performance Indicators) laten zien hoe goed je presteert op een vooraf vastgesteld doel. In de productie vertellen ze hoe soepel processen lopen en hoe effectief machines en mensen samenwerken.
Een KPI is pas waardevol als je hem betrouwbaar en actueel kunt meten. En daarvoor heb je de juiste data nodig. Machines leveren je deze data – real-time, objectief en automatisch.
In deze blog lees je:
- Welke 5 KPI’s je productie inzichtelijk maken
- Welke machinegegevens je daarvoor nodig hebt
- Hoe live dashboards je helpen sneller bij te sturen en stilstand te verminderen
Vijf veelgebruikte en belangrijke KPI's in de productie
1. OEE: hét percentage dat alles zegt
OEE (Overall Equipment Efficiency) laat in één percentage zien hoe efficiënt een machine draait ten opzichte van zijn (maximale) capaciteit. OEE wordt meestal per machine of lijn gemeten.
OEE = beschikbaarheid × prestatie × kwaliteit
- Beschikbaarheid = werkelijke productietijd ÷ geplande productietijd
- Prestatie = (aantal cycli × normtijd per cyclus) ÷ werkelijke productietijd
- Kwaliteit = aantal goedgekeurde producten ÷ totaal aantal geproduceerde producten
OEE is een samengestelde KPI die drie onderdelen combineert, maar elk onderdeel kan ook afzonderlijk worden gemeten. Dat is handig als je nog geen kwaliteitsdata hebt of vooral op stilstand focust.
Voorbeeld:
Geplande productietijd = 28.800 seconden (8 uur)
Werkelijke productietijd = 23.040 seconden (6,4 uur)
Aantal cycli = 1.610
Normtijd per cyclus = 10 seconden
Aantal goede producten = 1.530
Totaal aantal geproduceerde producten = 1.610
Berekening:
- Beschikbaarheid = 23.040 ÷ 28.800 = 0,8 → 80%
- Prestatie = (1.610 × 10) ÷ 23.040 = 0,6987 → 69,87%
- Kwaliteit = 1.530 ÷ 1.610 = 0,9503 → 95,03%
OEE = 0,8 × 0,6987 × 0,9503 = 0,5311 → 53,11%
In dit voorbeeld wordt dus iets meer dan de helft van de geplande tijd voor goede productie benut. De kwaliteit is hoog en de beschikbaarheid redelijk, maar de prestatie blijft achter. Dit kan wijzen op een te laag tempo, verkeerde instellingen of wachttijd tussen cycli. Hier zit dus verbeterruimte.
Let op: verhoging van de snelheid kan ten koste gaan van de kwaliteit. Het is daarom vaak een kwestie van zoeken naar het beste compromis tussen prestatie en kwaliteitsbehoud.
De OEE-score:
Een score van 85% of hoger wordt internationaal gezien als ‘world class’. Veel bedrijven zitten in de praktijk tussen de 40% en 60%. Onder de 40%? Dan ligt er veel verbeterpotentieel.
Is de machine een bottleneck? Dan is een lage OEE extra kritisch, omdat deze het tempo van je hele proces bepaalt.
2. Beschikbaarheid: hoeveel productietijd benut je echt?
Beschikbaarheid geeft aan welk deel van de geplande tijd een machine daadwerkelijk produceert. Beschikbaarheid is op zichzelf een krachtige KPI. Het laat zien waar je ongemerkt tijd verliest, zoals door korte stops, lange omsteltijden of traag opstarten. Maak onderscheid tussen geplande stilstand (zoals onderhoud) en ongeplande stilstand (storingen) voor het beste inzicht.
Beschikbaarheid = werkelijke productietijd ÷ geplande productietijd × 100%
Voorbeeld:
8 uur gepland
6 uur gedraaid
Beschikbaarheid = 6 ÷ 8 × 100% → 75%
De beschikbaarheidsscore:
- Een score van 85% of hoger geldt in veel gevallen als goed.
- Tussen 70% en 85% is redelijk, maar laat ruimte voor verbetering.
- Onder de 70% wijst meestal op structurele stilstand of onbenutte capaciteit.
Let op: Wat haalbaar is, hangt af van het type productie. Een machine met veel omstellingen zal logischerwijs een lagere beschikbaarheid hebben dan een continu draaiende machine met weinig variatie. Omsteltijd telt namelijk formeel niet mee als productietijd: de machine produceert dan niet en levert geen output.
3. Cyclustijd: hoe stabiel draait je proces?
Cyclustijd is de tijd tussen start en einde van een bewerking. Je vergelijkt deze met de normtijd. Wijkt de werkelijke tijd af, dan wijst dat op een probleem of inefficiëntie in het proces.
Werkelijke cyclustijd = eindtijd cyclus − starttijd cyclus
en:
Cyclustijdscore = normtijd ÷ werkelijke cyclustijd × 100%
Voorbeeld:
Normtijd: 10 seconden
Werkelijke cyclustijd: 12 seconden
Cyclustijdscore = 10 ÷ 12 × 100% → 83%
De cyclustijdscore:
- Rond de 100% → je proces draait volgens plan
- Langzamer dan de norm → mogelijk slijtage, verkeerde instellingen of stilstand
- Grote variatie → instabiel proces, vaak door aanvoerproblemen of onvoorspelbare stops
Gemiddeldes over meerdere cycli geven het meest betrouwbare beeld.
4. Prestatie: draai je op het juiste tempo?
Prestatie is een onderdeel van de OEE en meet specifiek hoe snel een machine draait ten opzichte van de normtijd per cyclus. Het laat zien of de machine het verwachte tempo haalt.
Prestatie = (aantal cycli × normtijd per cyclus) ÷ werkelijke productietijd × 100%
Voorbeeld:
Normtijd per cyclus: 8 seconden
Aantal cycli: 360 in 1 uur
Werkelijke productietijd: 3600 seconden (1 uur)
Prestatie = (360 × 8) ÷ 3600 × 100% = 80%
De machine draait 20% langzamer dan de norm. Dit kan wijzen op vertragingen door materiaal, instellingen of procesverloop.
De prestatiescore:
- Prestatie ≥ 90–95%: goed, de machine draait bijna volgens norm.
- Zit je tussen 80–90%, dan is dat voldoende maar optimaliseerbaar.
- ≤ 80% wijst op structurele vertragingen, bijvoorbeeld door instellingen, slijtage of operatorinstructies.
Tip: Volg prestatie per producttype, ploeg of operator om gericht te verbeteren en oorzaken van vertragingen op te sporen.
Let op: een lage prestatie hoeft niet te wijzen op een slecht draaiende machine – soms ligt het aan te krappe normtijden. Bespreek afwijkingen altijd met de werkvloer – zij kennen het proces.
5. Bezettingsgraad: benut je je capaciteit volledig?
De bezettingsgraad toont welk percentage van de beschikbare tijd een machine daadwerkelijk produceert — dus zonder stilstand door storingen, wachttijd of standby (klaarstaan zonder productie). Hiermee zie je of je machines over- of onderbenut zijn. Onmisbaar voor capaciteitsplanning: heb je extra machines nodig of benut je de huidige nog niet volledig?
Bezettingsgraad = productietijd ÷ beschikbare tijd × 100%
Voorbeeld:
Een machine is in totaal 10 uur beschikbaar. Daarvan heeft hij 7 uur daadwerkelijk geproduceerd.
Bezettingsgraad = 7 ÷ 10 × 100% = 70%
De bezettingsgraadscore:
- 85–95% → Optimaal: de machine draait nagenoeg continu zonder overbelasting.
- 70–85% → Acceptabel: er is ruimte om beter te plannen of stilstand te beperken.
- Onder 70% → Onderbenutting en verbeterpotentieel: je benut je capaciteit onvoldoende — bekijk of je productie kunt verschuiven, omsteltijden kunt verkorten of werk kunt herverdelen.
- 100% of meer → Pas op: dat wijst op overbelasting en geen ruimte voor onderhoud of aanpassingen.
Van ruwe machinedata naar bruikbaar inzicht
Om goed op al deze KPI’s te sturen, heb je betrouwbare en actuele data nodig uit je machines. Denk aan:
- Machinestatus: draait het of staat de machine stil?
- Start- en stoptijden van cycli
- Werkelijke cyclustijden
- Aantal cycli of bewerkingen
- Stilstandsredenen (automatisch of handmatig)
Je hoeft niet alles tegelijk te meten. Alleen machinestatus en cyclustijden leveren al waardevolle inzichten. Later kun je dit altijd verder uitbreiden.
Begrijp wat er écht speelt
Machinedata laat zien wat er gebeurt: output, stilstand, cycli, snelheid. Soms zijn stilstandsredenen automatisch zichtbaar – bijvoorbeeld via foutcodes of sensoren. Maar om echt te begrijpen waarom iets gebeurt, heb je meer context nodig.
Die context komt vaak uit ERP- of MES-systemen, tijdregistratie of van werkvoorbereiding en de kwaliteitsafdeling – niet uit de machine zelf.
Door machinegegevens te koppelen aan die systemen zie je niet alleen dát een machine stilvalt, maar ook of dat komt door een productwissel, operatorwissel of materiaaltekort.
Van inzicht naar actie met real-time dashboards
Als je KPI’s baseert op real-time machinedata, werk je sneller, slimmer en met veel minder ruis. Je weet precies wat er op dat moment gebeurt – zonder handmatige registratie of interpretatieverschillen.
Moderne machines lees je eenvoudig uit via open protocollen, zoals OPC UA. Bij oudere machines kan dat via de PLC, een relais, stroommeting of extra sensoren.
Met live dashboards op de werkvloer krijg je real-time inzicht én stuur je meteen bij als dat nodig is.
De voordelen op een rij:
- Alleen feiten: de machine registreert alles, zelfs microstops die je anders niet zou merken
- Real-time inzicht, tot op de seconde nauwkeurig
- Automatische registratie, dus geen administratieve last
- Objectieve vergelijking tussen ploegen, lijnen en producttypes
- Sneller schakelen = minder stilstand en hogere output
Met real-time machinedata en heldere KPI’s maak je je fabriek proactief: niet wachten tot problemen zich opstapelen, maar direct inzicht en sturen op wat écht telt.
Klaar voor de volgende stap?
Royal T Shipyards (voorheen TB Shipyards) en Suplacon ontsloten machinedata maakten dit inzichtelijk en verbeterden zo hun productie. Laat je inspireren door hun praktijkverhalen: Casestudy TB Shipyards | Case study Suplacon
Wil je weten wat er écht gebeurt op je werkvloer — en hoe je daar direct op stuurt?
Vraag een vrijblijvend gesprek aan. We laten je zien hoe je met live machinedata sneller schakelt, stilstand voorkomt en meer uit je machines haalt.
Werk je met moderne machines? Dan koppelen we via open protocollen zoals OPC UA. Heb je oudere machines zonder zulke interfaces? Dan ontsluiten we de data met onze eigen IoT-box — snel, betrouwbaar en zonder ingrijpende aanpassingen aan je machinepark.
